Over asbest ben ik eigenlijk nog steeds aan het zoeken. Wat ik gevonden heb is het volgende:
[...] Ik zal proberen in de loop van deze maand op uw vragen in te gaan. Mijn eerste advies zou zijn: neem geen risico maar zorg voor voldoende ventilatie en bescherming van de mond. en werk niet te lang achter elkaar met hetzelfde materiaal. [...]
(mooi advies, maar kijk nog eens naar de foto's van m'n atelier :-} )
en die later een verwijzing gaf naar een artikel:
Asbest: een ongezond mineraal?
door: E.A.Burke & W.J.Lustenhouwer
Tijdschrift GEA, dec. 1999, vol.32,p.119-127
Ik heb dit artikel nog niet opgezocht (Koninklijke Bibliotheek in Den Haag zou dit moeten hebben, denk ik. Hun catalogus is via internet raadpleegbaar http://www.konbib.nl geloof ik), omdat ik het spul zelf niet gebruik. Het artikel zou, volgens Dubbelaar, algemene info bevatten en verwijzingen naar websites over serpentijn.
Als je met serpentijn (of eigenlijk sowieso) doorwerkt, schaf dan in elk geval een goed stofmasker aan, (ik heb zo'n blauw rubberen met een opgeschroefd, verwisselbaar filter van ca. f 40,- + f10,- per filter) al is ook dat eigenlijk niet genoeg tegen asbest. (gewoon stofkapje heeft nauwelijks zin). Probeer met ventilatie te werken en spoel het stof weg. [dit is alleen gezond verstand, hoor, ik ben geen deskundige hierin]
Als je zelf iets van info vindt, hoor ik dat graag en neem ik het op op de website (met je toestemming en desgewenst met bronvermelding uiteraard).
Dit is niet mijn vak, dat moet ik voorop stellen, maar omdat de berichten zo tegenstrijdig zijn, geef ik hieronder een paar referenties waar ik zo tegenop liep via de Google en AltaVista zoekmachines. (ik zal deze referenties niet bijhouden, deze tekst is 7 augustus 2001 geschreven). Onderstaande links zijn meest naar engelstalige sites.
Een serieus klinkend verhaal over het meten van asbestconcentraties en een stuk inhoudsopgave van dat naslagwerk.
In simpele bewoordingen ook een korte beschrijving van asbest onderzoek.
Deze chemische beschrijving van de samenstelling licht al een tipje van de sluier op. In serpentijn, dat een verzamelnaam is van vele mineralen, kan chrisotile (engelse spelling, niet te verwarren met chrisolite) voorkomen en dat kan een vezelige vorm hebben. De fijn-vezelige vorm van chrisotile is de basis van 95 procent van 's werelds asbest.
In deze geologieles wordt in de 2e alinea e.v. uitgelegd dat vooral blauw asbest schadelijk is en dat wit asbest (dus bovengenoemde chrisotile vezels in serpentijn) niet zo schadelijk is. Ga zelf opzoek en vorm je een oordeel over de hele asbest discussie... In mijn opinie is wit asbest schadelijk genoeg om alle contact ermee te vermijden. Wit asbest is wat in o.a. asbest-cement ("Eternit") platen is verwerkt. De Nederlandse regelgeving over dit materiaal is voor mij genoeg reden om niet te geloven dat dit "alleen maar schadelijk is als je het eet".
Deze "factsheet" vertelt m.i. redelijk objectief wat voor narigheid asbest kan veroorzaken. Probleem is dat niemand weet of er een minimum-dosis asbestvezels is waarvan je geen kanker krijgt, duidelijk is wel dat werkers in een asbest-mijn hele grote risico's lopen. Verschilt een gemiddeld beeldhouw-atelier, qua stoffigheid, veel van een mijn? (rethorische vraag). In voornoemde link wordt (verwarrend!) gezegd dat asbest-afzettingen gewoonlijk voorkomen ("commonly associated with") bij/met serpentijn, alsof het toch twee verschillende dingen zijn.
Dan blijft de vraag of in alle serpentijn asbest voorkomt. In de Californische serpentijn in elk geval wel en de "California Air Resources Board" heeft beslist een dagtaak aan het publiceren van alle informatie die ze hierover verzamelen. (zoek maar eens op de naam van dat instituut)
Volgens dit overzicht, van Zuid-afrikaanse oorsprong, bevatten serpentijnen uit o.a. Zimbabwe, Zuid-Afrika, China, Canada, Brazilie, VS en Frankrijk onder meer chrisotile, wat in de begeleidende tekst ook weer als grondstof voor de asbest-industrie wordt genoemd.
Dus op theoretische gronden kom ik tot de conclusie dat de hier in Nederland verkrijgbare serpentijn zeer waarschijnlijk chrisotile bevat. Wat ik niet weet is of dit in vezelige vorm voorkomt en, zo ja, of dat als vezels in de lucht komt bij het bewerken van de steen. In Nederland ligt de norm voor chrisotile vezels op 0,3 vezels per milliliter op de werkplaats. Dat is dus beduidend minder dan de stofwolk waar je al hakkend en schurend in staat. Uit dezelfde bron vind je onderaan deze pagina nog informatie over de vezels waar je het bangst voor moet zijn: die met een lengte groter dan 5 micrometer (duizendste millimeter) en een dikte kleiner dan 3 micrometer (dus langwerpig). Dit is zo klein dat ze blijven zweven en eerst in grote getale ueberhaupt als stof zichtbaar zijn.
Ik heb de Stichting Mega Gallery gevraagd het onderzoeksrapport op haar website te publiceren. Ik citeer uit haar samenvatting:
[...] per 29 mmart [...] onderzoek [...] door Fibrecount NV te Rotterdam [...] heeft uitgewezen dat serptentijnsteen pertinent geen asbest bevat. [...] Als serpentijnsteen ontleed wordt heeft het wel dezelfde soort kenmerken als waarvan asbest gemaakt wordt. Echter er is een verschil in de structuur van de hechtings vezel [...]
Wat me dan toch zorgen baart is hun vervolgopmerking:
Stichting Mega had geen andere uitslag verwacht daar deze steen al reeds 50 jaar bewerkt wordt en er geen aanwijsbare slachtoffers in Zimbabwe zelf te melden zijn.
Ik kan me voorstellen dat er in een land als Zimbabwe veel mensen doodgaan aan andere ziektes voordat ze asbestose krijgen, die er immers minstens 20 jaar over doet om tot ontwikkeling te komen. Is er ueberhaupt ooit een onafhankelijk onderzoek naar gedaan? Op grond van de theorie had de stichting wel iets anders moeten verwachten dan deze voor haar verkoop gunstige uitkomst, daarom ben ik zo geinteresseerd in de onderzoeksresultaten en de onderzoeksmethodiek.
[wordt vervolgd...]
16 augustus: De Stichting Mega Gallery tekent per e-mail bezwaar aan tegen de suggestie dat commerciele belangen een rol spelen en benadrukt dat het belang van haar klanten en cursisten voorop stonden bij het doen van dit onderzoek.
Ook na herhaald verzoek heb ik niets meer gehoord van de Stichting Mega Gallery. Daarom ben ik zelf gaan informeren bij Fibrecount in Rotterdam.
Fibrecount, bij monde van dhr. Smits, bevestigt dat zij bovengenoemd onderzoek gedaan hebben, maar kunnen geen mededelingen doen over het rapport. Wel hebben de uitgevoerde analyses
[...] alleen maar betrekking op de toen aangeleverde monsters en doen geen uitspraak over andere monsters [...].
Op mijn vervolgvraag hoeveel zeggenskracht 1 monster van een steen heeft, was het antwoord dat de asbest doorgaans redelijk gelijkmatig door de steen verdeeld is. Tussen groeves onderling is er zeker variatie in het wel/niet voorkomen van asbest. In hoeverre asbestconcentraties varieren in 1 en dezelfde groeve blijft onduidelijk.
Fibrecount biedt ook aan particulieren aan om een monster te onderzoeken. Gezien hun behulpzame reaktie volgt een stukje reclame voor deze dienst:
[...] U kunt bij twijfel over de aanwezigheid van asbest in een materiaal altijd een stukje (paar cm2) in dubbel plastic verpakt naar Fibrecount opsturen voor analyse. Dit kost Hfl. 55,= per monster ex BTW waarbij u een analyserapport ontvangt met daarop de eventueel aangetroffen asbestsoort en massapercentage van het aanwezige asbest. [...] Ons adres is:
Fibrecount NV
Postbus 10170
3004 AD Rotterdam
Het onderzoek dat Fibrecount dan uitvoert, is het zogenaamde McCrone onderzoek:
[...] Deze methode is gebaseerd op de lichtbreking van de asbestvezel en wordt zichtbaar gemaakt door licht met een specifieke golflengte/polarisatie door een, in een speciale olie gedrenkte vezel, te laten vallen. De verkregen data worden met standaarden vergeleken en daardoor is na te gaan of de betreffende vezel asbest is. Ook is hiermee de soort asbest te bepalen. Elke soort heeft zijn specifieke kenmerken op dit gebied (vorm vd vezel, kleur, weerstand, etc.) [...]
Gyelt Tuinstra